Vervolg Guus en Hilde

Een dag per week maakt hij al jaren de lange reis van 350 km vice versa naar Arnhem, het welkome uitje voelt als een feestje: "Het contact met het publiek, even een praatje maken bij de haltes, daar geniet ik van.” De historische tram is, met en zonder Guus, een veel gefotografeerd object. Op een grote poster is Guus het visitekaartje van het Openluchtmuseum, en dat streelt hem.

Op laag pitje

Nadat Guus twee jaar geleden wordt geconfronteerd met lymfeklierkanker en daar nu gelukkig van is hersteld, hervat hij de ritjes naar Arnhem weer. Tot kortgeleden. Een combinatie van fysieke problemen en door het dak geschoten brandstofprijzen (oorlog in Iran) heeft Guus met pijn in het hart besloten zijn vrijwilligerswerk even op een laag pitje te zetten: ”Vrijwilligerswerk mag best geld kosten, dit vind ik niet erg. Maar wanneer de kleine vergoeding ten opzichte van de hoge benzinekosten uit de pas loopt, dan houdt het op. Ik kan niet even zomaar iedere week €55,- ophoesten om vrijwilligerswerk te doen.” Guus hoopt dat de brandstofprijzen weer naar normale proporties gaan, want: “Ik wil mijn periode als trambestuurder graag voltooien tot de pensioengerechtigde leeftijd van 77 jaar, die voor trambestuurders in het Openluchtmuseum geldt.”

Sterke verhalen

Guus en Hilde hebben hun draai op 't Bildt helemaal gevonden: “We hebben nog geen seconde spijt gehad, wij blijven hier de rest van ons leven wonen”, weet Hilde, die als docent Nederlands drie dagen op Vlieland werkt en daarnaast in Stiens ook een ‘uit de hand gelopen hobby’ in een eigen pedicurepraktijk ziet uitmonden. Daarnaast zet ze zich in om in samenwerking met de Aerden Plaats ‘Sterke verhalen’ (zoals van Minne ‘Turf’ Zijlstra of zoals van Douwe) bij haar dorpsgenoten los te peuteren. De verhalen moeten in september in de vorm van een expositie gestalte krijgen. In de overtuiging dat er veel meer sterke verhalen in de anonimiteit rondzwieren, roept Hilde mensen op om die vooral via info@aerdenplaats.nl of hildehoogewoud@gmail.com te delen. Hilde heeft tot slot nog een boodschap aan de Sylsters: “Maak niet te veel reclame voor Ouwe-Syl, want ja ze moeten hier niet allemaal heen komen.”