
Janko Krist zoekt ook in tweede film Lulk naar
onvoorspelbaarheid en schuwt stunts niet
Jelmer Kampen
Janko Krist, opgegroeid in Sint-Annaparochie, kwam begin maart met zijn tweede Friese film. Na in 2021 Stjer met Emiel Stoffers van De Hûnekop te hebben uitgebracht, kwam hij nu met Lulk. Een misdaadfilm waarin hoofdrolspeler Durk een bank overvalt om van zijn schulden af te komen. Krist blikt terug op het maken van deze film met een volgens hem microbudget: "Ik heb veel zelf gedaan en als je alle uren bij elkaar optelt, ben ik er denk ik wel een jaar fulltime mee bezig geweest."
Op 4 maart was dan eindelijk de première van Lulk, en ook nog in Tuschinski in Amsterdam. "De eerste keer dat je hem in de zaal ziet is magisch. Het was echt heel spannend om zo’n eerste viewing te zien, maar als je dan ziet dat mensen de film spannend vinden en lachen om de grappen die jij hebt geschreven, dat geeft echt een kick!"
Nederlandse films
Van begin tot eind heeft het proces vier tot vijf jaar geduurd. Na zijn eerste film, Stjer, wou Krist een andere soort film maken. "Over het algemeen zijn Nederlandse films slecht. De meeste films zijn heel dom, of het zijn arthousefilms die juist heel ingewikkeld zijn. Ik wou daar tussenin zitten en het een beetje anders doen."
"Deze film gaat bijvoorbeeld over ongelijkheid, een serieus thema. Maar er zit ook humor in, en worden er mensen neergeknald." Lulk speelt zich op één locatie af, een bank. "Daar hebben we voor gekozen omdat als je maar op een locatie filmt, het qua kosten enorm scheelt. Dat betekent dat je script en het acteerwerk heel goed moet zijn, om het boeiend, spannend en onvoorspelbaar te houden."
Dat was één van de belangrijkste punten van Krist, dat je van te voren niet kan bedenken hoe het verhaal eindigt. "Met Stjer heb ik eigenlijk het film maken geleerd, we leerden hoe een film in elkaar zit, hoe het moet verlopen en wat een beetje de standaardregels zijn. Hier heb ik een aantal van die regels gebroken, om het onvoorspelbaar te houden en om te kijken wat dat doet met het verhaal. Anders wordt het ook zo’n stereotypische misdaadfilm, dat wil ik ook niet."
Budget
Vanuit verschillende bronnen kwam er geld, maar een vetpot was het niet. Het budget zat ergens tussen de 70.000 en 80.000 euro. "Dat geld is gegaan naar de productie, de acteurs, de locatie. Ik word bijvoorbeeld betaald door wat er uit de bioscopen komt. Klaas Bies heeft mij enorm geholpen met de logistiek, hij werkte vrijwillig. Ook hebben we veel dingen praktisch gedaan, zo is er bijvoorbeeld echt geschoten in de scenes waar wapens werden gebruikt. Wel met losse flodders natuurlijk, en kleine gecontroleerde explosies. Dat soort dingen kan je ook digitaal oplossen, maar meestal ziet dat er kut uit. En het zo doen is natuurlijk ook veel leuker."
De regisseur, schrijver en producent heeft zelfs een stunt zelf gedaan. "Dat scheelde veel gezeik. Stel een van de acteurs doet het en er gebeurt wel wat, dan heb je te maken met clausules en een acteur die gewond is. Daarnaast, je ziet totaal niet dat ik het ben, zelfs als je het weet."
Het vetste gevoel
Terugkijkend op zijn filmmaakcarrière zijn er drie dingen waar Krist echt van kan genieten: Schrijven, opnemen en monteren. "Het idee dat ik iets typ op mijn laptop, en twee jaar later wordt het gemaakt, en nog een jaar later is het allemaal te zien in Amsterdam? Dat is echt vetste gevoel."
Op de vraag of er nog een derde film bijkomt moet hij lachen: "Voorlopig niet! Het is heel intensief en ik deed dit naast mijn normale werk. Het is een heel proces dat ik niet zomaar overdoe, er komt heel veel werk achterweg dat ook niet per se met het maken van een film te maken heeft zoals het regelen van het budget, het contact met de bioscopen, de PR. Maar, als iemand morgen mij een half miljoen overhandigt, dan ga ik meteen aan de slag met een nieuw script!"