
Voor de lens van Ellen
HARRY EGGENHUIZEN – ST.-ANNAPAROCHIE
De tulpenbomen groeien roze in het Stannebuurtster wijkje waar de 25-jarige Harry Eggenhuizen woont. Lente! Zijn moeder Joa doet open en gaat me voor de kamer in. De muren zijn versierd met kleurrijke schilderijtjes, mozaïek en opgeplakte puzzels. En dit is allemaal het werk van haar zoon. Want Harry mag dan doof zijn en autisme hebben, hij heeft ook een hele creatieve geest.
Het middelpunt van de belangstelling zit onverstoorbaar achter zijn IPad met de rug naar ons toe. Hij hoort niets, reageert niet op mijn binnenkomst. Terwijl Joa koffie inschenkt, komt Harry aan tafel zitten. Hij richt zich vooral op zijn gebarentolk Thomas, die mijn vragen razendsnel vertaalt met hulp van handen en mimiek. Soms schrijft Harry de antwoorden op, dat gaat sneller. Zo kom ik te weten dat hij hardlopen, fietsen en wandelen het leukst vindt. Een bord vol medailles getuigt van de vele evenementen waaraan hij heeft meegedaan. “Het hardlopen doet Harry tot zes kilometer,” vertelt Joa. "Het is allemaal hier in de buurt." Harry traint onregelmatig omdat rennen door zijn spasmes niet altijd makkelijk is.
De verleiding is groot om tussendoor in ‘gewone mensentaal’ met Joa en Thomas te praten. Harry lijkt het allemaal best te vinden: hij duikt gelijk in zijn Thomas & Friends boekje dat hij van zijn kamer heeft gehaald. “Uit die boekjes en filmpjes heeft hij zichzelf Engels geleerd,” vertelt Joa. Nu is Duolingo zijn favoriete taalapp. Als we hem met enige moeite weer bij de les hebben, vraag ik welke talen hij leert. Hij pakt zijn pen. ‘Irish, Norwegian, Swedish, Danish, German,’ lees ik.
Dat Harry een bezig baasje is, blijkt ook wel uit zijn goedgevulde weekprogramma. Hij heeft iedere dag weer een andere dagbesteding en werkt dan vaak met hout en metaal: zo boort, zaagt, schuurt en verft hij graag. Vergeten we niet iets? Hij laat zijn spierballen zien. "Dat is het naamgebaar voor Gerry, bij wie hij elke woensdag sport,” lacht Joa. "Maar donderdag is de belangrijkste dag”, grapt Thomas. "Dan kom ik!”