
Lieneke Elings - St.-Annaparochie
Ze komt net uit de praktijk gesneld als ik langsfiets op weg naar onze afspraak. Precies tegelijk staan we voor haar huis. Handig om naast je werk te wonen, vooral als er problemen zijn en je hulp nodig is, zoals nu. Lieneke is er een beetje gestrest van. Ze zucht hartgrondig. “Er is gedoe met de certificaten, zonder kunnen we niks doen, dan loopt het spaak.”
PORTRET IN WOORD & BEELD DOOR ELLEN FLORIS (NR. 98)
Even later krijgt ze een geruststellend telefoontje: het komt allemaal goed. Een pak van haar hart. De 59-jarige Lieneke Elings runt samen met een paar collega’s fysiopraktijk Fysta aan de Middelweg-West, aan de rand van St.-Annaparochie. Vandaag is haar vrije dag. Een dag waarop de zon volop schijnt, de laatste prachtige nazomerse dag als we de weersvoorspellingen mogen geloven. Dus ze gaat lekker de tuin in straks. Het huis wordt omgeven door groen: struiken, bomen en planten - alles in herfsttooi. Een kasje met tomaten en druiven, een grasveld met een vijvertje, omzoomd door een bosje. Naast de schuur staan potten vol plantjes die weer in winterslaap mogen: “Ik ga ze vandaag weer binnenzetten.”
Lieneke woont in het huis waar ze is geboren en getogen en heeft duidelijk de genen van haar vader geërfd. “Hij is jarenlang beheerder geweest van een proeftuin voor fruit en hij had ook een grote fruitboomgaard.” Ze tuiniert nog altijd om haar vader heen, zegt ze. “Sommige dingen doe ik weg, maar in de basis is nog veel zoals het was.” Na een korte hapering: “Oude dingen moet je koesteren, vind ik.” Haar vader is in 2009 overleden, een paar jaar na de dood van haar moeder. “Hij had Alzheimer. Van een sterke man veranderde hij in iemand die volledig afhankelijk van ons was.” Ze herinnert zich haar vader als een rustig, bedachtzaam en relativerend mens. “Én hij had humor.” Een aardje naar haar vaartje dus, als je het mij vraagt. Lieneke heeft nog drie broers en een zus, zelf is ze de vierde uit het rijtje van vijf. Ze hebben een hechte familieband en zien elkaar regelmatig, al dan niet in het zwembad. Lieneke: "Ik heb altijd op waterpolo gezeten, van kinds af aan al." Ze traint nog steeds wekelijks.
Hoewel ze niet meer zo fanatiek is als vroeger, is waterpolo de rode draad door haar leven, zoals ze zelf zegt. Ook Henk Jan, haar vijf jaar oudere partner, heeft ze in het zwembad ontmoet. “Eigenlijk ken ik hem mijn hele leven al, maar ik zag hem alleen nooit staan. Hij hoorde gewoon bij de groep.” Daar komt verandering in als ze met haar opleiding tot fysiotherapeut begint. Ze komen elkaar af en toe in de bus tegen en raken aan de praat. “Écht aan de praat.” Van het een komt het ander. Na een waterpolowedstrijd op 5 december 1987, ze weet het nog precies, gaan ze met een groepje naar de disco in Berlikum. Henk Jan gaat ook mee. “Deed ie anders nooit,” lacht Lieneke. Samen fietsen ze naar huis, bibberend van de kou staan ze voor haar huis te treuzelen, niet goed wetend hoe ze afscheid moeten nemen. Wie durft? “En ohhhh… het was zó koud!” Gelukkig slaat precies op dat moment de vonk over die hen beiden verwarmt. Daarna gaat het snel: Lieneke gaat op zichzelf wonen en trekt bij Henk Jan in. Om twintig jaar later weer terug te keren naar het (schoon)ouderlijk huis. En dan, en daar, is het letterlijk huisje-boompje-beestje.
Ik schrik op van een hard geslobber achter me. Hond Brecht, een Franse herdershond, ook wel deftig Beauceron genoemd, heeft dorst. En honger. Ook het baasje heeft trek. En het andere baasje ook. Hoog tijd om weer op huis aan te gaan. Eerst nog even lekker een rondje fietsen, genieten van zon, zee en zaligheid. Dan hup, achter de computer om over deze ontmoeting weer een mooi stukje te schrijven. Nog twee te gaan… En o ja, niet vergeten om zelf ook de plantjes binnen te zetten vandaag!
