Afbeelding

Arie Bruin - St.-Jacobiparochie

Of ik een dochter ben van oom Flip en tante Agaath Floris uit Wormerveer? Generatiegenoot Arie Bruin (67) stuurde me laatst een mailtje met deze vraag. "Mijn ouders waren vroeger bevriend met ze”, schrijft hij. Ik moet hem teleurstellen, ik ben er één van Cees en Gré uit Wormer, maar ik grijp mijn kans: "Mag ik je interviewen?" Dat mag.

PORTRET IN WOORD & BEELD DOOR ELLEN FLORIS (NR. 93)

Een paar weken later steek ik de drukke weg tussen St.-Annaparochie en St.-Jacobiparochie over. Schuin tegenover het AZC bevindt zich Boomkwekerij De Acht Plagen. Hier woont en werkt Arie, samen met zijn vrouw Antsje. ‘Fam. Bruin-Zwart’ vermeldt het bordje op de voordeur. Hoe kleurrijk wil je het hebben. De voorgevel van het voormalige arbeidershuisje geeft niets prijs van de verrassing die me binnen te wachten staat. Verwonderd en bewonderend kijk ik om me heen. De hoge woonruimte is van een glazen dak voorzien en baadt in het licht. Een enorme parasol houdt de zon tegen. In de aangrenzende tuinkamer staat een grote, kronkelige olijfboom. “Toen we dit stuk in 2007 lieten aanbouwen, is de boom in huis geplant”, legt Arie uit. We nemen plaats aan een bijzondere, van honingboomhout gemaakte eettafel. Ooit groeide deze boom in de tuin. Bij de koffie krijg ik appeltaart die is versierd met rode walnoten. Uit eigen tuin uiteraard. Een koolwitje fladdert voorbij. Ook uit eigen tuin.

Als kind is Arie altijd al met plantjes en beestjes bezig, vertelt hij. Lachend: “Ik weet nog dat ik cactussen kweekte, terwijl mijn vriendjes voetbalden.” Zijn grote droom, ook toen al, was om boomkweker te worden. Waar hij het vandaan had? Geen idee. Maar zijn droom is uitgekomen, zij het via een lange omweg. Na zijn opleiding aan de middelbare tuinbouwschool komt Arie in het onderwijs terecht. Als docent groenvoorziening geeft hij bijna dertig jaar les aan het AOC in Leeuwarden. “Ik heb er altijd van genoten om mensen te informeren en liefde voor het vak mee te geven.” Maar in de loop der jaren verandert het onderwijssysteem. Arie ziet met lede ogen aan hoeveel tijd hij kwijt is aan administratieve rompslomp. “Tijd die ten koste gaat van de studenten.” In 2009 loopt de emmer met frustraties over en neemt hij van het ene op het andere moment ontslag. “Ik ben in de auto gestapt en bleef maar rijden, ik wist op een gegeven moment niet eens meer waar ik was.” Hij raakt, nog steeds, geëmotioneerd als hij terugdenkt aan die dag. Vanaf dat moment is boomkwekerij de enige optie. Het is hard aanpoten, maar daar houdt hij van. De Acht Plagen is zijn lust en zijn leven.

Arie is opgegroeid in Den Helder, maar voelt zich helemaal thuis op 't Bildt. In 1984 is hij hier, samen met zijn toenmalige vrouw, komen wonen. Ze krijgen drie kinderen, twee dochters en een zoon. De oudste wordt geboren met een hersentumor, door de behandelingen zijn haar hersens beschadigd. Arie vertelt dat ze kortgeleden een herseninfarct heeft gehad. Het is moeilijk, maar het leven gaat door. Het leven dat hij nu met Antsje aan zijn zijde leidt. Ze werken beiden thuis, ieder in hun eigen bedrijf. Antsje laat zich nog even zien, ze moet naar de garage. Moeiteloos schakelt Arie van het Nederlands naar het Fries over. En vice versa.

Er valt zoveel meer over Arie te vertellen. Hij is óók een kluizenaar, een zeevisser, een einzelgänger, een verhalenverteller, een muzikant. Hij is welbespraakt en begeesterd. Hij is niet van de koetjes en kalfjes. Tenzij letterlijk. Hij houdt van uitdagingen en mag graag onmogelijke operaties uitvoeren. En hij vermenigvuldigt altijd alles. Echt alles. Het was, kortom, een bijzondere ontmoeting met een veelzijdig mens. Met dank aan tante Agaath en oom Flip.

Afbeelding